Historie

Van hobby naar Toeristische attractie
december 2005
Jolanda Hilkhuysen
Als ik de deur doorga kan ik mijn ogen nauwelijks geloven. Ik ben met een stap terechtgekomen in een tropisch paradijsje. De warme, vochtige lucht bedwelmt me bijna en rondom me bloeien uitbundig gekleurde bloemen. Een beekje, vol met kleine visjes, stroomt aan mijn voeten en in een vijvertje zonnen waterschildpadjes. Overal is het geluid van stromend water en het gekwetter van tropische vogeltjes. Maar het mooiste zijn de honderden verschillende vlinders, die als elfjes om me heen dwarrelen. Waar ik ben? Niet in de jungle van Midden Amerika, maar in de hobby-vlinderkas van Jan Kienjet.
JEUGDLIEFDE
Jan Kienjet zijn passie voor vlinders stamt uit zijn jeugd. Hij groeit op in Noordwijk, aan de rand van het duingebied. Hier zijn volop hagedissen, kikkers, vleermuizen, visjes en natuurlijk vlinders voorhanden. Zo wordt zijn belangstelling, die langzamerhand verandert in een levenslange interesse, gewekt. Jan, die al 25 jaar een instituut voor tekstverwerking en typecursussen heeft, brengt een groot gedeelte van zijn leven in Noordwijk door. Totdat hij, zo een tien jaar geleden, verhuist naar Den Haag waar hij een hobby-vlinderkas in zijn tuin realiseerd. De beslissing om te verkassen naar Den Haag is voor de echte Noordwijker emotioneel gezien niet eens zo gemakkelijk. Met in het hoofd een toeristische kas in Leidschendam op te zetten, zet Jan door en neemt hij de beslissing die hij nu, tien jaar later, beschrijft als een fantastisch goede move.

VLINDERKAS
Een gedeelte van de tuin tovert hij langzaam maar zeker om tot het vlinderparadijs dat hij nu heeft. Hij bouwt een kas van 50m2, en verandert die in een echte tropische tuin, zowel qua vegetatie als wat betreft de bewoners: de kleine, tropische vogeltjes, de waterschildpadjes en visjes en tot voor kort een grote leguaan. Maar natuurlijk gaat het vooral om de vlinders. Een sprookje met kleine, dansende glasvlindertjes uit regenwoud van Costa Rica, heel beweeglijk, bijna transparant, zodat je eigenlijk alleen de gekleurde rand van de vleugeltjes ziet. Vlinders die zo mooi gecamoufleerd zijn dat ze nauwelijks opvallen op het boomschors, bananenvlinders en passiebloemvlinders. En dan die kleuren; oranje-bruine, rood-zwarte, zwarte met witte vlekjes. Het zijn allemaal exoten, voornamelijk afkomstig uit Zuid en Midden Amerika. Indrukwekkend is de grote Atlasvlinder, die zo uit de Silence of the Lambs lijkt te zijn gefladderd. De grootst bekende spanwijdte van deze reus onder de vlinders is 31 cm. Jan heeft nu een aantal poppen, die op het punt staan uit te komen. Er zitten zulke zware kanjers bij dat hij goede hoop heeft met een van zijn Atlasvlinders die 31cm te overtreffen en op die manier het Guiness Book of Records te halen. In het zomerseizoen herbergt de kas zo een vijfhonderd vlinders, in veertig verschillende soorten, allemaal oorspronkelijk afkomstig uit tropische gebieden. Natuurlijke vijanden hebben ze nauwelijks in de kas. Spinnen vormen eigenlijk het enige gevaar, maar die vormen een lekker maaltje voor de vogeltjes in de kas. Vlinders zelf leven van de verdunde honing, die ze vinden in de afgezaagde dopjes die overal in de kas hangen. De honing wordt iedere dag vernieuwd, dat moet wel want door de hoge temperatuur zou die al snel gaan gisten. De vele bloemen produceren ook wel wat honing, maar lang niet genoeg voor alle vlinders. Verder zie ik schalen met overrijp fruit, waaruit sommige soorten vlinders hun mineralen halen. Zijn er ook niet-vegetarische vlinders, wil ik weten. Een is er bekend, een soort in Zuidoost Azie, een nachtvlindertje, dat met een minuscuul angeltje niet alleen bloed zuigt maar ook nog eens infecties over kan brengen.

FLORA
De kas biedt niet alleen onderdak aan deze exotische fauna, ook de flora mag er zijn. Wel zestig verschillende soorten planten, orchideeen met onwaarschijnlijk mooie kleuren, passieflora s, tiengebodenplantjes, bromelia s, varens, windes, pijpbloemen en mannentrouw, je kunt het zo gek niet verzinnen of het staat er te bloeien en te groeien, tot aan een grote vleesetende plant toe. Het is zaak om de planten zo gezond mogelijk te houden, want worden ze getroffen door een ziekte of door ongedierte, zoals luis, dan is het vrijwel onmogelijk om dit te bestrijden. Een spuitbus met bestrijdingsmiddel vormt nu eenmaal geen gelukkige combinatie met een vlinderpopulatie.
CYCLUS
Iedereen weet natuurlijk hoe de cyclus van een vlinder verloopt. De vlinder selecteert heel zorgvuldig een plant, die per soort kan verschillen, en legt daar haar eitjes op. Uit die eitjes komen rupsen, die zich eerst vol eten en daarna verpoppen. Uit de pop komt vervolgens een vlinder en de cirkel is rond. De duur van zo een cyclus hangt helemaal af van het soort vlinder, dat kan varieren van een dag of twintig tot maar liefst een paar maanden. Ook de levensduur van de vlinder verschilt nogal. Gek genoeg leven de kleine vlindertjes met de snelle cyclus wel vijf a zes maanden, terwijl de grote Atlasvlinder, waarvan de cyclus relatief lang duurt, maar vijf dagen tot zijn beschikking heeft. Hij heeft geen mond, kan niet eten en heeft dus eigenlijk alleen maar de tijd om zich voort te planten. Vlindermannen vinden hun partner met behulp van heel fijne geurzintuigcellen, waarmee ze de feromonen van de dames op wel twintig kilometer afstand kunnen bespeuren.

HYPE
Op dit moment zijn vlinders in de mode. Er is internationaal dan ook een levendige handel in. Hoe komt dat nu. Jan verklaart dit als volgt. Het past min of meer bij de hedendaagse levensstijl en vrijetijdsbesteding. Mensen reizen steeds meer en steeds verder. Denk alleen maar aan Rhodos. Een bekende excursie op dat eiland is een bezoek aan de vlindervallei, waar een bepaalde soort massaal voorkomt. En dan natuurlijk de verre bestemmingen, Azie, Midden Amerika, alles ligt binnen handbereik. Zo ontstaat er een bepaalde belangstelling. Dierentuinen spelen daar op in. In Engeland, in Dorset, zagen we dat beginnen in de zestiger jaren en Nederland volgde. Het Noorder Dierenpark opende al in 1980 een vlindertuin en nu gaat Artis, met behulp van een stevige subsidie, het insectuarium vernieuwen, waarbij ook een vlindertuin aangelegd wordt. Dat het een wijd verspreide hobby wordt om een vlinderkas in je achtertuin te hebben ziet hij niet zo snel gebeuren. Het is heel specialistisch werk, het vraagt enorme expertise, veel tijd aan onderhoud, een geschikte ruime en het is ook nog eens behoorlijk kostbaar.
WINTER
Op het moment dat ik Jan bezoek, eind oktober 2005, staat hij op het punt de kas winterklaar te maken. Het is duur om de kas de hele winter door op de juiste temperatuur te houden en bovendien is het goed voor de planten om eens per jaar stevig teruggesnoeid te worden en dan een rustperiode te hebben, dat maakt ze minder gevoelig voor ziektes. De vlinders worden overgebracht naar elders. Ze gaan naar een 1000m2 grote vlindertuin in de buurt van Goes, een deel gaat naar de Hortus in Amsterdam, en ze gaan ook wel naar particulieren, die ze als kweekmateriaal gebruiken. Volgend voorjaar, als het weer warmer wordt, begint Jan een nieuwe populatie.

GEEN EENDAGSVLINDER
Hoewel Jan blij is met zijn hobby kas aan huis, gaan zijn gedachten al veel verder. Binnen een jaar of twee hoopt hij een veel grotere tuin te beginnen in Leidschendam. Denk aan 1000m2, die het hele jaar door open is en volop mogelijkheden biedt voor educatieve zaken en voorlichting, maar ook voor kweken, en in stand houden en perfectioneren van de collectie. Vlak aan De Vliet, dus toegankelijk voor waterliefhebbers en fietsers en met een uitgekiende horecagelegenheid.
En op mij heeft deze 50m2 al zoveel indruk gemaakt ......
Jolanda Hilkhuysen